zaterdag 20 november 2010

Ons

Volgens mijn goede vriendin Anny Dirven wordt het Brabantse o(n)s in combinatie met een persoon, bijvoorbeeld in de combinatie Ons mam,anders gebruikt dan het Nederlandse woord onze. Volgens haar wordt ons beperkt tot leden van het gezin dat men zelf heeft gesticht of waar men uit voortkomt. Zo zegt zij over een dochter van haar wel "Ons Caroline" maar de man van die dochter wordt gewoon alleen aangeduid met de voornaam. Een broer van Anny is "Ons John", maar zijn vrouw moet het bezittelijk voornaamwoord ons ontberen.

In het taalgebruik van Anny ontbreekt het "ons" eigenlijk nooit als ze het over naaste familieleden heeft. Ze heeft het dus nooit over "Caroline" maar altijd alleen over "ons Caroline".

(Natuurlijk spreekt Anny Caroline wel aan met "Caroline" en niet met "ons Caroline" en Caroline noemt haar ook "mam" in plaats van "ons mam". Als je dit vertaalt naar de Latijnse naamvallen dan is de

nominativus van Caroline: ons Caroline,
genitivus: van ons Caroline,
dativus: aan ons Caroline,
accusativus: ons Caroline,
ablativus: ons Caroline, en
vocativus: Caroline.)

Dit alles verschilt opvallend van het gebruik van het ABN "onze", dat bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor vrienden, huisdieren en zelfs politici. "Onze Piet" kan zowel op een collega of directeur slaan als op een vriend of een broer (in het algemeen op iemand uit de sociale kring waar men zichzelf toe rekent), maar het Brabantse "ons Piet" slaat alleen op een naast familielid. Bovendien is er niets dwingends aan het gebruik van onze, het is geen standaard, onmisbaar bezittelijk voornaamwoord dat je niet los kunt koppelen van de naam of het zelfstandig naamwoord.

Als dit niet klopt, verneem ik dat graag.

1 opmerking:

  1. Reactie:

    Dit ken ik ook uit het Antwerps van een collega: 'ons pappe zei vroeger...'

    In het Drents heb je 'oeze volk' en varianten, gebruikt voor de familie waar je mee samenwoont:

    - Ie kunt komen, oeze volk, het èten is gaar
    - Oonze volk, wij gaot hen bedde
    - Wij gaot hen oes volk
    - Oes volk woont wied achteroet (Balloo)

    In andere contexten kan 'volk' duiden op de ouders, op winkelklanten, op visite, of op mensen in het algemeen (in de aanspreekvorm vaak als 'volkien').

    Verder staat het Drents woordenboek van dr. Kocks (Zie: http://www.drentswoordenboek.nl/) vol voorbeelden:

    - Oes mem is in de keuken (Grolloo)
    - Oons pap kan altied zo liggen te bongeln [dwarsliggen] (Balloo)
    - Oes pa was nich zo gek op bloumkool (Barger Oosterveld)
    - Oons Jans hef last van de ingewanden, hie lop de heeile dag hen het hoesie [het buitentoilet] (Gasselte)
    - 's Zondags mörgens vief uur is oons Annegien al in de sloffen
    - Wichtervleis zit er bij oons Jan niet an [d.w.z. hij komt niet aan de vrouw]
    - Oes jong was een bolleboos in het leren (Valthermond)
    enz.

    BeantwoordenVerwijderen